Arnhem - Hoofdpunten cijfers eerste halfjaar 2010:
Dat blijkt uit de vandaag door Alliander gepubliceerde cijfers over het eerste halfjaar van 2010. Bestuursvoorzitter Peter Molengraaf: Ik ben tevreden met dit resultaat. We hebben onze robuuste financiële positie gehandhaafd. Ook is de overname van Endinet een feit. Ontwikkelingen als de toename van kleinschalige decentrale opwek en de opkomst van de elektrische auto leiden ertoe dat de energiehuishouding steeds complexer wordt. Wij maken onze netwerken geschikt voor deze ontwikkelingen. Investeringen die wij doen, staan daarom in het teken van de betrouwbaarheid en, in toenemende mate, van de duurzaamheid van onze toekomstige energievoorziening. Daarom is een solide financiële uitgangspositie belangrijk. De overname van Endinet versterkt onze marktpositie verder. Het resultaat na belastingen komt uit op 62 miljoen (eerste helft 2009: 207 miljoen). Het uitzonderlijk hoge resultaat van 2009 is voornamelijk het gevolg van de eenmalige boekwinst op de verkoop van hoogspanningsnetten aan de landelijke netbeheerder TenneT. Zonder bijzondere posten zou het resultaat na belastingen over het eerste halfjaar van 2010 op 70 miljoen zijn uitgekomen, ten opzichte van 89 miljoen over de eerste zes maanden van 2009. De netto-omzet daalt met 6 procent van 720 miljoen over de eerste helft van 2009 naar 679 miljoen over de eerste helft van 2010. Dit komt vooral door lagere door de NMa vastgestelde tarieven voor het transport van elektriciteit en gas. De kosten van de inkoop bij TenneT zijn gestegen. Alliander heeft in de eerste helft van 2010 12 miljoen bespaard op overheadkosten.
In het eerste halfjaar van 2010 heeft Alliander 157 miljoen geïnvesteerd. Dat is 29 miljoen minder dan in de eerste helft van 2009. De daling is het gevolg van lagere investeringen in de elektriciteits- en gasnetten door de relatief lange vorstperiode en door minder vraag van klanten naar grote aansluitingen. Ook is minder geïnvesteerd in ICT-systemen omdat diverse aan de splitsing gerelateerde projecten zijn afgerond. Wel heeft Alliander in vergelijking met het eerste halfjaar van 2009 meer vervangingsinvesteringen in de netwerken gerealiseerd. Het aantal opgeleverde aansluitingen is in vergelijking met de eerste helft van 2009 op hetzelfde niveau gebleven: 19.000 voor elektriciteit en 11.000 voor gas.
De klanttevredenheid onder particuliere klanten is gestegen naar 93%. Dit was 87% in de eerste helft van 2009. Onder gemeenten en klanten in het zakelijke segment is de tevredenheid verbeterd van 79% naar 88%. De uitvalduur elektriciteit is door enkele grote en langdurige storingen gestegen van 27,4 minuten in 2009 naar 29,5 minuten (12-maands voortschrijdend gemiddelde) in de eerste helft van 2010.
Op 1 juli 2010 heeft de overdracht van de aandelen in netwerkbedrijf Endinet plaatsgevonden. De overnamesom is betaald uit beschikbare middelen. Endinet is nu onderdeel van Alliander en zal voor de tweede helft van 2010 in de geconsolideerde cijfers van Alliander worden opgenomen. Endinet heeft een jaaromzet van circa 110 miljoen en heeft ongeveer 250 medewerkers. Door de combinatie met Endinet versterkt Alliander zijn positie als grootste netwerkbedrijf in Nederland en is daarmee nog beter in staat om samen met de andere Nederlandse netwerkbedrijven vorm te geven aan de transitie naar een meer duurzame energievoorziening.
Vanaf 2009 heeft Liander proeven gedaan met een nieuw preventie- en registratiesysteem ter voorkoming van graafschade. Met dit systeem blijken de graafschades, die op dit moment verantwoordelijk zijn voor ongeveer een derde van de stroomuitval, met meer dan de helft af te nemen. De proeven zijn succesvol afgerond. Binnenkort wordt dit systeem ter beschikking gesteld aan door Liander erkende aannemers.
Ook hebben Liander en Enexis een samenwerkingsovereenkomst ondertekend voor het programma Energie in beeld. Hiermee willen deze netbeheerders gemeenten ondersteunen bij het behalen van hun klimaatdoelstellingen. 'Energie in beeld' biedt lokale overheden inzicht in het energieverbruik op wijkniveau of op postcodegebied. Met die gegevens kunnen gemeenten gericht aan de slag met verbetertrajecten.