Alliander - Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Hieronder vindt u een aantal veelgestelde financiële vragen en de bijbehorende antwoorden.

Wie zijn de aandeelhouders van Alliander?

De grootste aandeelhouders van Alliander zijn de provincies Gelderland en Noord-Holland, de gemeente Amsterdam en bv Houdstermaatschappij Falcon, waarvan de aandelen worden gehouden door de provincie Friesland. Deze aandeelhouders bezitten gezamenlijk ongeveer 76% van de aandelen. De overige aandeelhouders, die elk minder dan 3% van de aandelen bezitten, zijn 53 kleinere gemeenten en de provincie Flevoland.

Het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap bestaat uit 350 miljoen aandelen met een nominale waarde van 5 euro per stuk. Per eind juni 2011 bedroeg het aantal uitstaande aandelen 136.795.000.

Wat is de waarde van Alliander?

Het eigen vermogen van Alliander bedroeg eind juni 2011 EUR 2,9 miljard.

Wat is het financiële kader van Alliander?

Het financiële beleid van Alliander, dat deel uitmaakt van het algemene beleid en de strategie van de vennootschap, is gericht op het behalen van een adequaat rendement voor aandeelhouders en het beschermen van de belangen van obligatiehouders en andere verschaffers van vreemd vermogen met behoud van de noodzakelijke flexibiliteit om de onderneming te laten groeien en te kunnen investeren.

Het financiële kader waarbinnen Alliander wil opereren bestaat uit:

  • Een ratio van nettowinst plus afschrijvingen gedeeld door netto schuld van ten minste 20%.
  • Een ratio van netto winst (exclusief eenmalige fiscale effecten) plus afschrijvingen plus netto financiële baten en lasten gedeeld door netto financiële baten en lasten (rentedekking) van tenminste 3,5.
  • Een ratio van financiële schuld minus vrije kasstroom (netto schuld) gedeeld door netto schuld plus eigen vermogen van maximaal 60%.
  • Het handhaven van een solide A rating profiel.

Ons dividendbeleid:

  • Het uitkeren van een door de jaren heen stabiel dividend.
  • Een uitkeringspercentage van 45% van de nettowinst na belastingen, gecorrigeerd voor buitengewone posten, tenzij de door toezichthouders vereiste investeringen of de financiële criteria een hoger winstinhoudingpercentage noodzakelijk maken.
  • Handhaven van een minimum solvabiliteitsratio van 30%, waarbij de solvabiliteit wordt berekend als het eigen vermogen gedeeld door het totale vermogen na aftrek van kapitalisatierekeningen.

Welke credit rating beoogt Alliander?

Wij streven naar het handhaven van een solide A rating profiel. Dit heeft directe gevolgen voor de kosten van vreemd vermogen en vergemakkelijkt de toegang tot kapitaalmarkten.

Bovendien bepaalt onze rating de noodzaak voor het uitgeven van Letters of Credit in verband met cross-border leases.

Wat zijn de belangrijkste financieringsbronnen voor Alliander?

Alliander kan gebruikmaken van de volgende financieringsbronnen:

  • Een gecommitteerde back-up kredietfaciliteit van EUR 600 miljoen (looptijd tot juli 2016). Tot dusver is geen gebruik gemaakt van deze faciliteit.
  • Het ECP (European Commercial Paper) programma van EUR 1,5 miljard voor korte termijn financieringsbehoeften (<18 maanden).
  • Het EMTN (Euro Medium Term Notes) programma van EUR 3,0 miljard voor financieringsbehoeften op middellange termijn (>18 maanden).
  • Een achtergestelde obligatielening met onbepaalde looptijd van EUR 500 miljoen.
  • Projectfinanciering.

Alliander zal deze instrumenten toepassen op basis van de aard en looptijd van de te financieren projecten.

Welke x-factoren heeft de Energiekamer voor Alliander vastgesteld?

Huidige reguleringsperiode 2011-2013 (1 jan 2011 – 31 dec 2013)
De Energiekamer is de toezichthouder voor de Nederlandse energiemarkt. De Energiekamer is een onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken. De x-factor is de verplichte vermindering van de toegestane omzet voor de gereguleerde markt voor gas- en elektriciteitstransport in Nederland vastgesteld door de Energiekamer. Deze vermindering is opgelegd om de gereguleerde markt voor energietransport in Nederland te dwingen efficiënter te gaan functioneren.

De x-factoren voor de huidige reguleringsperiode zijn echter negatief, hetgeen betekent dat tarieven mogen worden verhoogd. De belangrijkste reden voor deze tariefsniveau verhoging is dat in de reguleringsperiode 2008-2010 de tarieven te laag werden geacht om de gereguleerde kosten te kunnen dekken.

Per 1 januari 2011 geldt voor elektriciteitstransport voor de periode van 2011-2013 een x-factor van -7,0 (negatief) voor Liander en -5,5 (negatief) voor Endinet.

Per 1 januari 2011 geldt voor gastransport voor de periode van 2011-2013 een x-factor van -2,7 (negatief) voor Liander en -1,6 (negatief) voor Endinet.

Voor 2011 is de inflatie vastgesteld op 1,5% waardoor het nominale tariefniveau mag worden verhoogd met respectievelijk 8,5% (E) en 4,2% (G) voor Liander en 7,0% (E) en 3,1% (G) voor Endinet.