‘Niet wachten met de warmtetransitie’

Jan van der Meer is warmteregisseur in de regio Arnhem-Nijmegen. Hij helpt gemeenten vorm te geven aan de energietransitie en met name met behulp van duurzame warmte. De voormalig wethouder van Nijmegen maant tot spoed: “We hebben 32 jaar om van het aardgas af te komen. Dat klinkt alsof we de tijd hebben, maar dat is niet zo.”

Het nieuwe kabinet zet vaart achter de energietransitie. En dat werd tijd, volgens Van der Meer. “Het komend jaar zullen allerlei akkoorden worden gesloten zoals een nieuw energieakkoord en een bestuursakkoord. Het is dus zaak om als provincie vooraan te staan. Vooral als het gaat om de warmtetransitie moeten er volgens hem concrete plannen komen voor een financiële bijdrage vanuit het Rijk.” Toch kent hij nog geen voldragen plan voor een complete wijk die van het aardgas af gaat en all-electric wordt. “In de wijk Hengstdal in Nijmegen zijn al wel wat voorzichtige contouren geschetst van een strategie waarmee woningen geleidelijk aardgasvrij kunnen worden”, weet hij. “Particulieren krijgen het advies alsmaar te blijven investeren in non-regret isolatiemaatregelen en in 2030 - als het aardgasnet moet worden vervangen - zal iedereen in die wijk warmtepomp-ready moeten zijn.”

Warmtetransitie lijkt daarmee iets van de lange adem, maar is dat zeer zeker niet. Van der Meer rekent voor: “We hebben 32 jaar om van het aardgas af te komen in de gebouwde omgeving. Als we uitgaan van acht jaar doorlooptijd voor wijken die van aardgas af gaan dan betekent dit voor een stad als Nijmegen al gauw twee wijken per jaar met een doorlooptijd van acht jaar. Dat zijn de komende raadsperiode acht wijken, die aangewezen moeten worden. Kortom, we moeten snel beginnen met deze gebiedsgerichte aanpak.” Steden die het geluk hebben dat ze een warmtebron en een collectief warmtenet hebben, zoals Arnhem en Nijmegen, kunnen sneller gaan. Samen met corporaties kunnen deze steden op zoek gaan naar wijken en buurten die geschikt zijn voor aansluiting op het warmtenet. “Dat zijn vaak gebieden met gestapelde bouw en corporatiebezit. Overigens, als corporaties beslissen dat ze het warmtenet in een wijk willen, zorgen ze tegelijkertijd ervoor dat particulieren in diezelfde wijk een keuzevrijheid krijgen: collectieve warmte of all-electric. Arnhem heeft al een warmtenet dat grotendeels in de stad is uitgelegd. Het is een kwestie van uitbreiden.“

Van der Meer ziet vaak dat woningcorporaties en particulieren de neiging hebben om te wachten met investeren, met het idee dat later betere of goedkopere maatregelen op de markt zijn. “De komende 32 jaar komen overal de straten open te liggen: gasnetten eruit, warmtenetten erin, elektriciteitsnetten verzwaren. Dat lukt niet allemaal in de laatste tien jaar. Wachten mag niet worden beloond. Het Rijk zou daar iets op moeten verzinnen, bijvoorbeeld door de eerste wijken te belonen met een subsidie. En dan niet van dat calvinistisch zuinige gedoe – vaak is het net niet goed genoeg.”Alliander is voor gemeenten een natuurlijke gesprekspartner, vindt Van der Meer. “Alliander zal moeten aangeven waar de aardgasnetten de komende jaren moeten worden vervangen. Samen met de netbeheerder, corporaties en particulieren moet de gemeente dan de strategie bepalen. Alliander heeft hier dus een belangrijke rol en die kan nog sterker worden opgepakt. Het aanleggen van gasnetten bij nieuwbouw, zou eigenlijk helemaal uit den boze moeten zijn want daarmee maken we het probleem alleen maar groter en bewoners moeten later alsnog dure maatregelen treffen.“