"Een veel koppig monster"

“Een veelkoppig monster.” Zo noemt Doekle Terpstra de tekorten aan technisch personeel. De aanjager van het Techniekpact vraagt om onorthodoxe maatregelen. En Alliander kan meedoen. 

"Als aanjager van het Techniekpact beschouw ik het tekort aan technisch personeel als een urgent probleem. Een veelkoppig monster ook nog eens. In de installatietechniek werken 150 duizend mensen en ons tekort loopt op naar 20 duizend vacatures. Dan reken ik vacatures bij netwerkbedrijven niet eens mee hè? Bovendien verwacht ik dat het aantal vacatures nog wel even stijgt. De tekorten zitten in klassieke beroepen, maar ook in data-gedreven functies. Kortom: dit is een giga-probleem.”

Wat is de maatschappelijke schade als we niet ingrijpen?

“Mmm. Ik ben geen doemdenker. Mijn glas is altijd halfvol. Techniek zal de ruggengraat vormen van het toekomstig welvaren in ons land. Het tekort aan technici is een maatschappelijk probleem en de samenleving zal dat oplossen. Hebben we technici nodig om de hoogst noodzakelijke overgang naar duurzame energie te realiseren? Dan zal dat linksom of rechtsom gebeuren. We worden langzamerhand wakker, maar hey… het moet nog wel ‘even’ gebeuren.”

Waar moet het gebeuren? In de politiek, bij bedrijven of in het onderwijs?

“Overal, maar zeker in het onderwijs! Daar is techniek jarenlang verwaarloosd. Onze kinderen leiden we op voor banen met een stropdas. Nederland heeft ooit het Verdrag van Lissabon ondertekend, waarmee we ons verplichten dat 50 procent van al onze studenten in 2020 op het niveau van het hoger onderwijs zit. Belachelijk! Het is misschien een taboe, maar ik vind bijvoorbeeld dat we snel af moeten van het maximum aan de instroom van studenten voor technische studies. Willen we meer antropologen op de arbeidsmarkt of meer technici?”

Ik hoor behoefte aan een beter imago voor techniek. Klopt dat?

“Ja. Stop met denken dat techniek ouderwets is. Dat dit banen van gisteren zijn. Voor kinderen die niet zo goed kunnen leren. De rekening van zulke misverstanden krijgen we keihard gepresenteerd.”

Wat moeten wij zeggen tegen onze kinderen die popzanger, vlogger of actrice willen worden?

“Laat ik voorop stellen dat jongeren hun eigen keuzes moeten maken. Iets doen wat je niet leuk vindt, dat werkt niet. Maar laat kinderen wel al op de basisschool volop snuffelen aan techniek. Die nieuwsgierigheid wordt onvoldoende geprikkeld. Via het Techniekpact bieden we prachtige lesprogramma’s aan. Van de zevenduizend scholen voor wie deze programma’s interessant zijn, doen er zevenhonderd mee. Dramatisch weinig. Het doel van het Techniekpact is om vier op tien jongeren een keuze te laten maken voor een bèta-gelieerde opleiding. Wat mij betreft vervangen we die missie door de ambitie om tien van de tien jongeren in het basisonderwijs in aanraking te laten komen met techniek.’

Strijden jullie niet tegen het beeld dat monteurs in de voorbije crisisjaren werkloos werden?

“Dat beeld klopt niet. In de bouw is dat gebeurd, maar in de installatiebranche niet. In onze sector vind je weinig private equity en beursgenoteerde firma’s. Hier zijn familiebedrijven actief: organisaties die investeren in duurzame loyaliteit van hun mensen. Onze problemen liggen op andere terreinen. Zo kampen wij met een groot gebrek aan docenten. Zeker in het vmbo is het treurig. Kinderen in het vmbo kiezen niet meer voor techniek, leraren zijn amper te vinden, technische sectoren worden domweg gesloten. Dat probleem vraagt om onorthodoxe oplossingen. Daar ligt ook een taak voor het bedrijfsleven.”

Wat kan Alliander doen om te helpen?

“Ingrid Thijssen heeft me verteld over jullie vacatures. Gekscherend zei ik toen te hopen dat jullie personeelstekort nog verder oploopt. Dat bedoel ik anders dan het klinkt. Ik hoop namelijk dat Alliander mensen beschikbaar gaat stellen voor het onderwijs. Structureel. Dat gaat verder dan af en toe een praatje van een medewerker voor een schoolklas. Ik wil op zoek naar zogenaamde ‘circulaire docenten’. Dat zijn mensen die in verschillende werelden staan en permanent heen en weer pendelen tussen bedrijfsleven en onderwijs.”

Een storingsmonteur van Liander die op maandag op een onderstation werkt en op dinsdag naar een vmbo rijdt om jongeren het vak te leren?

“Prima voorbeeld. Al kun je natuurlijk niet iedere monteur het onderwijs in sturen. Daar moet je aanleg voor hebben en je moet beschikken over didactische vaardigheden. Het is aan bedrijven als Alliander om zulke medewerkers te vinden, te interesseren én om het arbeidsvoorwaardelijk netjes te regelen.”

Want die monteur verdient voor een klas minder dan bij Liander toch?

“Ik vermoed van wel. En dat verschil moet het bedrijfsleven compenseren, vanuit een maatschappelijke verantwoordelijkheid en het gezamenlijke sectorbelang. Tegelijkertijd moeten overheid en onderwijs het bedrijfsleven tegemoet komen. Zo moet het voor technici uit bedrijven veel gemakkelijker worden om de benodigde onderwijsbevoegdheden te halen.”

We zijn geneigd om te kijken naar jongeren, maar vergeten we dan de ouderen niet?

“Goed punt. Ouderen kunnen ook bijdragen aan het oplossen van personeelstekorten. Denk ook aan Statushouders of aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Bovendien kun je als organisatie creatief naar eigen medewerkers kijken. Los van conventies en blauwdrukken.”

En bij Alliander werkt misschien wel iemand op kantoor die de overstap naar de techniek wil maken.

“Exact. Dan moet je drempels wegnemen en die mensen helpen. Het is een vergelijkbare uitdaging als bij overstap van een technische medewerker die een paar dagen per week voor de klas gaat staan.”

Oudere collega’s halen vaak warme herinneringen op aan bedrijfsscholen. Moeten die niet terugkeren?

“Ik ben warm voorstander van bedrijfsscholen nieuwe stijl. Die kun je ontwikkelen vanuit het idee dat we de licentie bij het mbo houden: zij bewaken de onderwijskwaliteit. De praktische uitvoering wordt overgelaten aan bedrijven. Momenteel borrelen dit soort initiatieven overal op. Leerlingen komen dan amper nog op de campus. Dat heeft veel voordelen. Leerlingen draaien mee op de werkvloer, bedrijven laten het curriculum aansluiten op de praktijk van vandaag en onderwijsinstellingen hoeven geen leslokalen te verwarmen.”

Is het geen gevaar dat werkgevers hun krachten helemaal niet willen bundelen, maar de schaarse technici gaan weglokken bij elkaar?

“Dat zou oerstom zijn. We schieten onszelf in de voet als we medewerkers voor een paar tientjes per maand meer verplaatsen van de ene steiger naar de andere steiger. Ik vind dat grote netwerkbedrijven daarin een extra verantwoordelijkheid hebben. Het zou belachelijk zijn wanneer grote spelers mensen wegkopen bij kleine bedrijven. Dit vraagstuk vraagt juist om het opzij zetten van eigenbelang. Het probleem van het personeelstekort gaat ons allemaal raken en dit moeten we samen oplossen!”