De warmtetransitie van de jaren 60

Nederland gebruikt in 2050 geen aardgas meer voor koken, verwarming en warm tapwater. In de jaren zestig stapt het hele land juist over op aardgas. De nieuwe energiebron wordt op dat moment in grote hoeveelheden aangeboord bij Slochteren in Groningen. 

Aardgasveld

Van de één op de andere dag plots wereldnieuws zijn. Het overkomt boer Boon uit Kolham, een klein Gronings dorpje in de gemeente Slochteren. Onder zijn akker wordt op 29 mei 1959 een aardgasveld ontdekt. De afmetingen ervan zijn gigantisch. Dat aardgas in de bodem kan zitten, wist men al voor de Tweede Wereldoorlog. Met de ontdekking van de aardgasbel in Slochteren, neemt de winning van aardgas een enorme vlucht. De vondst van het aardgasveld luidt plotseling het einde van het kolentijdperk in.

Enorme operatie

In een aantal jaar wordt door het hele land een gasleidingnetwerk uitgerold. De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) wordt de concessiehouder, terwijl het transport in handen komt van Gasunie. Om het aardgas de huizen in te krijgen, moet het gas rechtstreeks de buizen in. Dat vergt aanpassingen aan de leidingen, doordat de druk van stadsgas twee keer zo groot is als bij aardgas. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de omschakeling. Een enorme operatie, waarbij Nederland in sneltreinvaart overgaat op aardgas.

Gastoestellen ombouwen 

De nieuwe, goedkopere brandstof geeft bijna twee keer zoveel warmte af. Alle huishoudens moeten worden voorzien van nieuwe branders en sproeiers. Alleen al in Amsterdam kijken tachtig controleurs 280.000 aansluitingen na. Zo’n 600 per dag. Monteurs krijgen nieuwe onderdelen in zakjes mee en draaien wijk voor wijk de gaskranen in de nacht van zondag op maandag dicht. Leidingen krijgen bij het verbindingsstuk een harslaag, zodat er geen gas kan ontsnappen en pijpen worden omgelegd. Gastoestellen worden omgebouwd en fornuizen vervangen.